Ik stond laatst bij de kassa van de Albert Heijn. 

Een grote winkel met snelle jonge klanten en steeds wisselend personeel.

Er was een man met Apple AirPods in. Stonden ze aan? Ik weet het niet. Maar de kassamedewerker koos eieren voor haar geld en groette haar klant niet. De oortjes weerden haar af, want waar was hij met zijn aandacht? Waarschijnlijk bedoelde de man er niets mee, maar effect had het niettemin.

Een andere man keek tijdens het afrekenen steeds op zijn telefoon. Niet tijdens het boodschappen op de band leggen, niet bij het inpakken van zijn tas, maar wel tijdens de mogelijke interactie met de caissière. Hij keek niet op, maar bleef aan zijn scherm vastzitten. Was hij verlegen? Of gewoon grof?

Maar juist omdat het precies op dat moment was, voelde het opzettelijk. Het effect was groot. De caissière bestond niet.

Onbedoeld geven veel digitale producten ons een passief agressief voorkomen. Omdat ze een heldere boodschap hebben: ‘Ik ben eigenlijk ergens anders.’

En dat moeten we beter doen. We moeten ons eigen gedrag herontwerpen. 

Of je oortjes aanstaan weet niemand en of je telefoon echt belangrijker was ook niet. En dus is er maar één oplossing: telefoon weg, oortjes uit en gewoon groeten. Veel leuker! Maar door de ontworpen digitale verslaving is dat best lastig.

Een ontwerp-oplossing dus:

En om anderen te helpen droom ik van stickers die we op mensen kunnen plakken. En die ze dan thuis vinden op hun jas. Passief agressieve, maar ook complimenteuze.

Wat denk je AH, stickers even maken?

Nee tegen DIGITALE DESINTEGRATIE!